
Zo’n tachtig leerlingen van het derde jaar vmbo, havo en vwo van het Roosendaals Jan Tinbergen College waren donderdag 27 arpil te gast bij Natuurmonumenten op de Buissche Heide bij Achtmaal. „Het is een dagje ontspannend en relaxed leren en genieten van de natuur. Dit alles binnen de lessen aardrijkskunde“, vertelt docent André Kivits.
Leerlingen van het Jan Tinbergen College combineren allerlei vakken tijdens een dagje op de Buissche Heide.
Bron: BN - de Stem
Ad van Weereld, docent tekenvakken zet de leerlingen aan het werk om een aquarel te maken van het landschap. „Ze maken eerst met potlood een tekening en verven die later in. Tijdens de komende lessen bespreken we de resultaten“, aldus Van Weereld.
„Ik ga echt niet op de hei zitten met al die beesten. Ik vind dat ontzettend eng“, zegt leerlinge Lois Schillemans, terwijl ze op een bank werkt aan haar aquarel.
Het dagje ‘veldwerk’ bestaat verder uit de onderdelen wandelen, waarbij niet alleen gesproken wordt over de jacht, maar ook over de planten en dieren die in de bossen te vinden zijn.
„Wij hebben vandaag tijdens de wandeling van Fons Wagenmakers, die hier in het bos woont, ontzettend veel gehoord en geleerd. Hij vertelt het erg leuk“, meldt een van de leerlingen haar docent.
In het bos is een groep bezig met een soort brancard, die door vier geblinddoekte leerlingen via hindernissen wordt gedragen.
Bij de vennen lopen de kinderen als ‘professor Prikkebeen’ met netjes allerhande diertjes te vangen.
Op een plaid verdiept een groepje zich over de geschiedenis van de Buissche Heide en passeren Henriëtte Roland Holst en Herman Gorter de revue.
„Wij hebben al een salamander, kikkers, padden en zelfs een waterspin“, laat een van de leerlingen weten. André Kivits kijkt ook alvast vooruit: „Wij gaan bekijken of we volgend jaar aan kunnen sluiten bij het uitwisselingsproject in Polen van Natuurmonumenten. Als het lukt gaan er twaalf leerlingen naar Polen om daar de natuur via kunst en fotografie te bekijken. Hier zien de leerlingen veel dingen die ze tot vandaag alleen in een boekje zagen, zoals de massa’s rode bosmieren die over de paden lopen en de dieren die in de vennen leven“, besluit Kivits